Verhaal achter de platenhoes – Going for the one (1977) – YES

Rotterdam heeft er weer een wolkenkrabber bij: de Zalmhaventoren. Met zijn 215 meter hoog is het de hoogste woontoren in Nederland. Als ik voor zo’n moderne toren sta, komt op een onbewaakt ogenblik onherroepelijk de gedachte in me op om mijn kleren uit te trekken. Het heeft alles te maken met mijn muzikale verleden. Ik was, nee ben een fervent Yes-fan en de hoes van het album Going for the one is op mijn netvlies gebrand. Naakte man staat voor de Century Plaza Towers in Los Angeles. Tot nu toe heeft het verstand de overhand gehad en mij weerhouden van een uitkleed-actie. Maar ik zie met angst en beven mijn dementie tegemoet. Wat me ook weerhoudt, is dat ik niet op die persoon van de hoes lijk. Ik heb niet van die brede schouders.

Het album stamt uit de periode dat de progrockmuziek uitstierf. Yes wilde het met Going for the One over een ander boeg gooien. Een frisser geluid, geen eindeloos lange nummers meer en ook geen hoes meer van kunstenaar Roger Dean. Yes kwam uit bij het beroemde designbureau uit de jaren zeventig, Hypgnosis; welke band niet uit die tijd? Ontwerper Aubrey Powell opperde het idee van Century Plaza Towers met een naakte man ervoor. Powell was net terug van fotosessies met ex-Beatle Paul McCartney in Amerika en was in Los Angeles onder de indruk geraakt van de wolkenkrabbers. Met name zanger Jon Anderson en gitarist Steve Howe schoten in de stress van het voorstel. Zij waren vooral bezig met een spirituele wereld en daar pasten geen wolkenkrabbers in. Powell voelde dat goed aan en plakte wat gekleurde lijntjes op het ontwerp die de ‘spirituele energiepunten’ in het naakte lichaam aangaven. Anderson en Howe gingen meteen om. Toen deed de platenmaatschappij moeilijk. Een naakte man op de hoes. Zou dat wel goed gaan in Amerika? Hypgnosis en Yes hielden de rug recht.

Er rolde een driedubbele uitklapbare hoes van de drukpersen. De Yes-fans waren lyrisch, zowel over de hoes als over de muziek met prachtige nummers als ‘Wonderous Stories’, ‘Turn of the Century’ en ‘Awaken’. En bovenal: toetsenist Rick Wakeman was terug in de band. Zijn terugkeer had alles te maken met wrijving tussen de Zwitser Patrick Moraz, die hem was opgevolgd, en de rest van de band. Yes was, op aanraden van Moraz, naar Zwitserland getrokken voor de opnames van Going for the One en vanwege het gunstige belastingklimaat. De Engelse bandleden zagen het wel zitten tussen de bergen. Eerst een beetje skiën en relaxen om vervolgens pas in de middag de studio in te duiken. Moraz werkte daarentegen stug door. Eenmaal in de studio brandden de Engelsen de muzikale ideeën van Moraz af. Eindeloos veel materiaal werd er opgenomen, maar tot een album kwam het niet. ‘Een festival van egotripperij’, noemde Moraz de discussies in de studio.

De Engelsen misten ook de humor van hun oude vriend en toetsenist Rick Wakeman, wiens stem bovendien vaak de doorslag gaf in discussies. Manager Brian Lane benaderde Wakeman. Ook bassist Chris Squire belde met Wakeman; hij beloofde hem dat hij Moraz uit de band zou zetten. Voordat Wakeman ‘ja’ kon zeggen, stond het nieuws al in de muziekkrant Melody Maker. Met Wakeman erbij waren de opnames voor Going for the One binnen de kortste keren klaar. Moraz was woest. Hij claimde dat veel van de composities van zijn hand kwamen. “Luister maar naar mijn solo-lp’s uit die tijd” zei hij regelmatig. Maar Moraz was snel vergeten door de fans, die verloren zoon Rick Wakeman omarmden. Verlost van mijn ouderlijke huis draaide ik Going for the One helemaal grijs op mijn studentenkamertje in Almelo. Met acht vrienden reisden we in een gehuurd VW-busje af naar Rotterdam naar de Ahoy voor het ‘Going for the One’-concert. Ik had mijn zelfgebreide witte trui aan, die drummer Alan White ook draagt op de binnenkant van de hoes. En uiteraard haar tot op mijn schouders.

Het concert begon drie uur te laat, omdat de extreem-linkse Duitse terreurgroep RAF (Rote Armee Fraktion) een aanslag had gepleegd in Duitsland. De vrachtwagens en de crew van Yes stonden daardoor vast aan de grens met Nederland. Gelukkig voor ons want wij waren verdwaald met ons busje in Rotterdam. Het werd één van die concerten die je nooit meer vergeet, met het nummer ‘Awaken’ als hoogtepunt. Met de sterrenhemel op de achtergrond en de harpgeluiden van Jon Anderson waande je je even in het paradijs. Je vergat de ruwe werkelijkheid van de aanslagen in Europa. Nu, 45 jaar later, zou ik heel graag op stedentrip naar Los Angeles gaan om de Century Plaza Towers te bezichtigen. Maar iets weerhoudt me. Bang dat ik daar mijn verstand verlies?

Door Gerrit-Jan Vrielink