Verhaal achter de platenhoes – The Last Forest (1980) – Edward Reekers

 

“Hij was maar een clown, in ’t wit en in ’t rood. Waar ken ik dat toch van? De clown is een van de twaalf archetypes, de oerbeelden waar iedereen zich mee kan identificeren. Ze worden gebruikt in films en in boeken want ze zijn zeer herkenbaar. De clown staat voor het entertainen. De mens een plezier doen. Hem laten lachen en hem even uit de dagelijkse sleur of ellende van het leven trekken. De clown maakt grappen en is onbeholpen. Hij struikelt over een bananenschil of probeert een liedje te spelen op een valse viool. En toch is er altijd die grote glimlach. Een clown is niet verdrietig.

Het beeld van een clown is op deze hoes The Last Forest prachtig weergegeven door de Nederlandse kunstenaar Fred Hansen. Zijn werk kenmerkt zich door magisch realisme. De (voormalige) zanger van de Nederlandse progrockband Kayak, Edward Reekers, kwam in contact met Fred Hansen omdat hij na het succes van de lp “Phantom of the Night” van Kayak een solo-lp mocht maken van de platenmaatschappij. Hij kreeg alle credits en mocht ook zelf bepalen hoe de hoes eruit zou zien.

Reekers was onder de indruk van een eerdere hoes van Kayak “Starlight Dancer/ The last encore” die ook gemaakt was door Fred Hansen. Reekers zocht contact met hem op en er ontstond een vriendschap. Fred Hansen bleek een bijzondere kunstenaar te zijn. Hij noemde zichzelf als kunstenaar ‘Le Marquis’. Of dit als grap bedoeld was of dat Hansen echt in een soort van hogere sferen leefde, is Reekers nooit duidelijk geworden. Wel voorspelde hij dat Reekers een tijd niet zou zingen, maar uiteindelijk weer zou gaan optreden. Want dat is wat hij het liefst doet. Optreden voor volle zalen. Het publiek vermaken. Een beetje vergelijkbaar met het archetype van de clown.

De vraag bij een clown is of onder die lach een droevig gezicht zit (Weer spookt er een tekst van liedje door mijn hoofd: “De herinnering blijft…..”. ) Geldt dit ook voor Edward Reekers? Hij heeft een bijzondere carrière achter de rug. Opeens ging het snel toen hij een jaar of twintig was. Kayak zocht een zanger omdat de toenmalige zanger Max Werner zich wilde toeleggen op drummen. Vrienden van Reekers spoorden hem aan om een cassettebandje op te sturen na een oproep van Kayak in een Engels muziekblad. Hij mocht op auditie komen; Reekers trok alle zangregisters open bij het nummer Ruthless Queen. Iedereen die betrokken was bij Kayak was gelijk verkocht. Reekers werd uitgekozen en de opnames van Phantom werden in gang gezet. Maar daar wrong het. Op de een of andere manier kregen de technici het geluid niet onder controle. Er bleef iets piepen en kraken zodra Reekers zijn zang inzette. Eindeloos heeft hij de zangpartijen moeten herhalen. Het bleek met statische elektriciteit te maken te hebben; uiteindelijk stond Ruthless Queen erop. Het werd een megahit.

Daarna mocht Reekers dus een solo lp maken. Hij reisde af naar Engeland naar de Farmyard Studios van de bekende producer Rupert Hine. Reekers had een wereldtijd in Engeland. Maar zoals dat zo vaak gaat met solo lp’s, het werd niet echt een groot succes. Ook verliep de samenwerking met Kayak moeizaam en Reekers besloot in 1982 om zich terug te trekken uit de muziekwereld. Toch het verdriet van de entertainer, de clown?

Niets is minder waar. Reekers kwam terecht in de filmwereld bij de nasynchronisatie. Hij heeft onder andere alle stemmen in de Nederlandse versies van de Harry Potter-films geregisseerd. Maar zijn passie voor het zingen en de progmuziek bleef ook. En Fred Hansen kreeg gelijk. Edward Reekers pakte de draad van het zingen weer op en treedt nog regelmatig op in heel Nederland. Hij is een graag geziene gast in ‘De Boerderij’.

Het schilderij van de clown kreeg Reekers cadeau van Fred Hansen. Het hangt prominent boven zijn piano in zijn huiskamer; de tevreden clown die sereen zijn ogen dicht heeft. “Hij was maar een clown, en nu is hij dood”, gaat er weer door mijn hoofd. Aah, nu weet ik het. Ben Cramer. Deze Nederlandse zanger had een hitje met het nummer ‘De Clown’, zo’n oorwurm die niet meer uit je hoofd gaat.”

Door Gerrit-Jan Vrielink

Met dank aan Edward Reekers